Ik ben me aan het verdiepen in de begrippen 'flow' en
'significant life experiences' (superspannende momenten) als onderdeel van natuureducatie. Hierover is een interessant en belangrijk artikel te vinden op internet. Flow betekent in mijn eigen woorden vooral 'zo lekker spelen/ bezig zijn, dat je even nergens anders meer aan denkt'. Een typische flow-ervaring voor mij is bijvoorbeeld een lange fietstocht door de natuur, of een wandeling over de Schierse Oosterkwelder. Voor kinderen is het veel makkelijker om in een 'flow' te raken. Kijk maar eens hoe kleuters uren bezig kunnen zijn met een heksensoepje te maken van rozenbottels, gras en blaadjes.
Superspannende momenten zijn anders. Dat is iets 'heel spannends' meemaken. Misschien wel iets bedreigends.. dat je maar moet afwachten of je het er wel heelhuids van afbrengt. Ik kan mij zelf dit soort ervaringen wel herinneren. Mijn moeder, broer en ik beklommen op op een Noorse hoogvlakte een keer een berg. Eigenlijk was die berg steiler dan we dachten. En het was ook eng om hem te beklimmen. Maar toen ik met knikkende knietjes weer terug was bij de auto, was ik wel zo trots als een pauw. Voor kleine kinderen is een flinke tocht door een moerasbos misschien al iets wat er op lijkt.
Goed, flow- en superspannende momenten blijken waarschijnlijk het meest bepalend voor hoe iemand later tegen de natuur aan kijkt, en zijn dus reuze belangrijk om effect te sorteren met natuureducatie en georganiseerde natuurbeleving. Wat betekent dit voor het aanbod van nme-centra en bezoekerscentra.
Als je kritisch kijkt naar je aanbod, kan het de kinderen dan wel genoeg flow en spanning bieden? Kortom maakt onze NME wel genoeg indruk? Ik ben bang van niet.
Misschien willen we onze doelgroep wel teveel kennis meegeven, en vergeten we daarin de beleving.
Misschien willen we onze activiteiten teveel structureren, en vergeten we daarbij de vrijheid om dingen zelf te ontdekken.
Ik kom eigenlijk ook tot de voorzichtige conclusie dat de doelgroep basisonderwijs misschien wel niet de meest voor de hand liggende doelgroep is voor het bieden van dit soort natuurbeleving. Er is een duidelijke behoefte vanuit de kinderopvang (0-12 jaar) voor natuureducatie. En de kinderopvang biedt misschien veel meer ruimte voor ontdekkende, speelse, belevende en meer ongestructureerde natuurbeleving met in elk geval flow-ervaringen. In de kinderopvang is het namelijk nog steeds geen hoofdzaak om de kinderen iets te leren. Gelukkig maar!
Eigenlijk zijn ouders de belangrijkste doelgroep. Bedenk maar eens wanneer je zelf de meest bijzondere natuurervaringen meemaakte. Dan waren het toch vaak je ouders die je meenamen om te kamperen langs een snelstromende beek met ringslangen en ijsvogels. Waar je dammen in ging bouwen en waar je met de kano op ging varen. Motiveer dus de ouders om dit met hun kinderen te doen. Om dit hun kinderen te gunnen! Ouders bereik je vooral via de massamedia, maar misschien ook wel met cursussen via bv. de volksuniversiteit. Schrijf als NME-centrum of natuurorganisatie eens een stuk in het huis- aan huisblad of in de Libelle, de OOk (voor opa's en oma's) of de Esta.
Andere clubs waar kinderen flow- en superspannende momenten kunnen meemaken zijn bijvoorbeeld organisaties die jeugdkampen organiseren. Denk aan het Woeste Land (jongeren van het IVN) en scouting. Commerciele vakantieparken als Landal Greenparks doen ook steeds meer aan natuuractiviteiten voor kinderen en gezinnen.
En wat doe je er zelf aan Bart?
De activiteiten waarbij ik steeds meer merk dat ik een flow-ervaring verzorg, of misschien soms wel een superspannend moment (zeker voor een kleuter), zijn mijn kinderfeestjes in het bos. Vooral jongentjes (maar gelukkig ook meisjes) worden gelukkig van de 'stoere feestjes' waarbij we ons camoufleren, katapulten maken, op zoek gaan naar een huilende wolf, en schuilhutten bouwen. Soms, zo mogelijk, maken we zelfs een vuurtje met zelf gezocht hout.
Dit soort ervaringen dienen ook steeds meer als aanknopingspunt voor mijn aanbod aan workshops voor de buitenschoolse opvang . Zo hoop ik als zzp-er, in samenwerking met andere zzp-ers zoals Jeanette Boogmans van Zebrarups natuureducatie, Petra Wilbrink van Alma Terra en Agnes Meijs van natuurlijkheden mijn steentje bij te dragen aan kinderen die zich prettiger voelen in de natuur.
En wat denken jullie ervan? Graag hoor ik jullie reacties hierover.
Met vriendelijke groet,
Bart de Koning

Beste Bart,
BeantwoordenVerwijdereneen leuke vraagstelling rond kennis en ervaring. Beide zijn nodig, maar mijn jarenlange ervaring als hogeschooldocent Sociaal Werk en muzikaal begeleider van mensen met een verstandelijke handicap is dat eerst ervaren en beleven het beste werkt om te ontdekken. Het wakkert de nieuwsgierigheid naar kennis aan. Hier in Winterswijk organiseren we de -NMEactiviteit 'Brood en soep uit de oertijd'. Wat mij opvalt en ook raakt is de honger die kinderen van groep 7 en 8 hebben naar 'voelen' en 'beleven'. Gisteren nodigde ik hen uit met hun handen in een grote bak met tarwekorrels te roeren. Ze konden er maar geen genoeg van krijgen. Een meisje had een eigen bakje met tarwe gekregen om door te geven, maar ze bleef een hele tijd met een zalige glimlach op haar gezicht rond roeren in het bakje met tarwe. Zuurdesem wilden ze allemaal proeven, ook al ziet dat er niet uit (stroperig en kledderig). Het zoeken van kruiden en groenten in het wild vinden ze een avontuur. De meeste weten niet hoeveel planten in het wild eetbaar zijn. Veel kinderen denken dat het gevaarlijk is planten te plukken...De tarwevlokken die ik met een kleine machine maakte van de korrels vonden ze helemaal een feest Ze vingen ze op in hun handen en mochten ze lekker oppeuzelen. "Net muesli!" riepen ze enthousiast. De fysieke ervaringen zijn favoriet. Die missen ze in het reguliere onderwijs naar mijn smaak dagelijks. Door de gevonden plantjes te tekenen en de medicinale werking op te zoeken in boeken wordt ook een appel op het willen leren gedaan. Hoe is jouw ervaring op basis van de voorbeelden die ik heb gegeven?
Jan-Willem van de Velde,
stichting Aarde-Werk de Stegge, Praktijkschool voor Duurzaamheid.
Beste Bart en Jan-Willem,
BeantwoordenVerwijderenGoede discussie. Ik heb in de loop der jaren gemerkt dat juist de fysieke beleving en het uittesten van je vaardigheden een hele goede ingang zijn om weer interesse in de natuur op te wekken bij kinderen. Daarom vind ik het zo leuk Jan-Willems opmerkingen te lezen. Fijn dat vele mensen op diverse plaatsen in het land tot dezelfde inzichten komen. Jan-Willem, ik ken je nog vanuit Aardewerk in Den Haag. Ooit cursus bij jullie gevolgd! Weerslag van mijn ervaringen vind je in mijn boek "Het oergevoel, over vuur maken, sporen zoeken, sluipen en nog veel meer", uitgegeven door A3boeken. Groet, Agnes Meijs